De zee van lucht waarin wij leven en bewegen,
waarin de bliksem uit de hemel wordt gesmeed en
de vruchtmaar makende regen condenseert,
kan voor de vurige natuurliefhebber nooit iets zijn
dat hem onberoerd laat en niet tot nadenken stemt.
Luke Howard (1774-1864)
De eerste 'meteorologen' waren sjamanen en priesters. Hun taak was de goden tevreden te stellen, want die waren -zo dacht men- verantwoordelijk voor alles wat er aan de hemel en op aarde gebeurde. De goede naam van deze 'bemiddelaars' en soms zelfs hun leven, hing af van hun succes om voor goed weer te zorgen.
Verscheidene oude volkeren gebruikten astronomische waarnemingen om de veranderingen van het weer in de loop der seizoenen te kunnen vastleggen. Omstreeks 300 voor Christus hadden Chinese astronomen een kalender ontwikkeld waarin het jaar was onderverdeeld in 24 'feesten', die gekoppeld waren aan het weer in elk van die perioden. Het oudste meteorologisch instrument is waarschijnlijk de regenmeter, voor het eerst vermeld in een werk Chanakaya, die minister was rond 300 voor Christus in India. De foto boven is de reusachtige dondervogel die in de Indiaanse legenden dikwijls donder, bliksem en regen veroorzaakte.
Een van de allereerste filosofen was Thales van Milete (circa 624-547 voor Christus), die waarnemingen van Babylonische astronomen verzamelde en die het gebruikte om met succes een zonsverduistering in 585 voor Christus te voorspellen. Hij beschouwde water als de basis van alles in de natuur. Later bracht de filosoof en dichter Empedocles (circa 495-435 voor Christus) die theorie naar voren dat alle materie was samengesteld uit vier elementen: aarde, water, vuur en lucht. De tekening boven zijn de 4 elementen afgebeeld in Lucretius.
Of hij er nu komt of niet, de Elfstedenkoorts is losgebarsten. De media hebben zich massaal op de voorbereidingen van het schaatsevenement gestort en iedereen in Friesland staat op scherp in de aanloop naar de Tocht der tochten.
Dit immense schouwspel is eeuwig. De zonneschijn is er altijd;
de dauw zal nooit ineens opdrogen; altijd valt ergens wel een bui
en water zal altijd blijven verdampen. Eeuwige zonsopgang,
eeuwige zonsondergang, eeuwig ochtendgloren en avondgloed,
over zee, continenten en eilanden, elk op hun beurt, naarmate
de ronde aarde rond haar as draait.